De keerzijde van democratie

Foto: Publiek domein

Woensdag zijn de verkiezingen en ga ik stemmen. Maar waarop? Inderdaad, ook ik weet het nog niet. Maakt mij dat dan een van de vele zwevende kiezers? Een interessante vraag want wat is nu eigenlijk een “zwevende kiezer”?

 
Op Wikipedia vind ik de volgende definitie: Een zwevende kiezer is een persoon die niet verbonden is met een politieke partij of politicus of iemand die ook bereid is op andere partijen te stemmen tijdens een verkiezing dan de partij waar hij/zij mee is verbonden.” Zo bekeken vraag ik me eerlijk gezegd af hoeveel procent van de Nederlandse kiezers níet behoort tot de groep zwevende kiezers. Dat percentage zal niet zo hoog zijn vermoed ik en in elk geval zal het aantal jaarlijks behoorlijk afnemen. De tijd dat een meerderheid van de kiezers zich jaar in jaar uit, soms decennia lang, verbond aan één partij ligt inmiddels redelijk ver achter ons.

Het toppunt van zweven

Je hebt zwevende kiezers en zwevende kiezers denk ik zelf. Met de een kan ik me prima identificeren en met de ander heb ik helemaal niets.
Wat moet ik bijvoorbeeld denken van die mensen die het ene moment PvdA of GroenLinks stemmen en een verkiezing later weer opeens voor de VVD of de PVV gaan? Of van die kiezers die tijdens hun leven op ongeveer alle partijen hebben gestemd die er zijn? Dat vind ik het toppunt van zweven, met beide beentjes wel heel ver boven de grond. Ga dan niet stemmen denk ik dan. In mijn ogen begrijp je dan helemaal niets van politiek.
Zo had ik ook moeite met voormalig politica Ayaan Hirsi Ali die ooit overstapte van de PvdA naar de VVD. Hoe je in godsnaam kunt overspringen tussen twee partijen die in essentie zo enorm van elkaar verschillen, is mij een raadsel.
In dit licht gezien zou ik me dan ook best beledigd voelen als iemand mij een zwevende kiezer zou noemen. Bij dit soort zwevende kiezers zie ik dan toch vooral mensen voor me die om wat voor reden dan ook (zelf) kennis en inzicht missen om een goed oordeel te kunnen vellen over welke politieke richting echt bij hun past.

De o zo bekende politieke truc

Zelf bezit ik gelukkig wel over genoeg (zelf) kennis en inzicht om te weten waar mijn politieke voorkeur zit. Als ik al “zweef” dan doe ik dat mijn gehele volwassen leven in elk geval steeds in dezelfde hoek. De linkse hoek dan wel te verstaan, want ik behoor niet tot die groep mensen die zich nooit hardop wenst uit te spreken over hun politieke voorkeur. Mensen die ik overigens nooit zal begrijpen. Ik houd van mensen die ergens voor staan, die uitgesproken meningen hebben waar ze trots op zijn in plaats van dat ze zich ervoor schamen.
Als je kijkt naar essentiële keuzes in de politiek tussen enerzijds meer denken aan: jezelf en je soortgenoten, je geld en je auto en je overige materiële bezittingen, de economie en vechten voor het recht van de sterkste en anderzijds meer denken aan: (jezelf én) anderen zoals minderbedeelden en vluchtelingen, het milieu en het klimaat en het vechten voor een sociale, eerlijke en rechtvaardige samenleving met sterke én minder sterke medemensen, dan begrijp ik heel goed waarom ik in de politiek (daarbuiten overigens ook) links ben.
Ook heb ik gelukkig teveel besef en kennis op historisch gebied om niet in de o zo bekende politieke truc te trappen waarbij je een groep vreemden eruit pikt die je vervolgens van alle problemen in het land de schuld geeft. Deze op xenofobie (obsessieve angst voor vreemden) gebaseerde truc om een angstaanjagende wij-die-deugen-tegenover-zij-die-niet-deugen-sfeer te creëren is ontzettend simpel maar werkt gek genoeg nog steeds als een tierelier.

Mijn lot in handen leggen van onwetende mensen

Mijn zoon van achttien mag straks voor het eerst stemmen en ik zal erop toezien dat hij dat ook echt gaat doen, omdat ik vind dat het je plicht als Nederlander is om in onze mooie democratie je stem uit te brengen. Zoals ik ooit al eens eerder schreef, beschouw ik niet-stemmen als respectloos richting alle mensen op deze wereld die geen stemrecht hebben en die er een moord voor zouden doen om te leven in een democratie zoals de onze.
Toch besef ik dat er een keerzijde zit aan mijn voorkeur voor democratie. Reden waarom ik democratie beter kan bestempelen als de minst kwade staatsvorm die er is. Mijn jongste zoon verwoordde deze keerzijde onlangs mooi door zich hardop af te vragen waarom het met stemmen niet zo werkt dat voordat je je stem mag uitbrengen je eerst een vragenlijst moet invullen ter controle of je wel genoeg kennis over de materie hebt om een verantwoorde stem te kunnen uitbrengen.
Precies om deze reden ben ik het oneens met de eerste stelling van de Stemwijzer 2017: “Er moet een bindend referendum komen waarmee burgers door het parlement aangenomen wetten kunnen tegenhouden.”
Voor mij moet een goedlopende democratie zo werken dat je als burger stemt op iemand waarvan je mag verwachten dat hij/zij als professioneel politicus meer kennis van politiek heeft dan jij. Dat moet dus iemand zijn die dermate goed aansluit op  jouw normen en waarden dat je hem/haar capabel genoeg acht om jou in het parlement te kunnen vertegenwoordigen (het heet ook niet voor niets een volksvertegenwoordiging).
Noem mij gerust cynisch, maar ik vrees dat er onder kiezers best veel mensen zitten die niet in staat zijn om hun uitgebrachte stem met goede argumenten te onderbouwen. Dan praat ik dus over mensen die niet stemmen op basis van kennis over standpunten van partijen, maar die dat meer doen op basis van bijvoorbeeld (onderbuik) gevoelens bij een bepaalde lijsttrekker of omdat die ene oneliner wel goed klonk of omdat het volgens de peilingen of de partner of de overbuurman een goede partij moet zijn enz.
Als er straks belangrijke politieke beslissingen moeten worden genomen, wens ik dan ook niet via een referendum mijn lot in handen te leggen van dit soort onwetende mensen. Mensen mogen van mij gerust een andere politieke voorkeur hebben dan ik (liever niet natuurlijk), maar dan wel op basis van goed onderbouwde argumenten.
Daarom geef ik tien keer liever mijn vertrouwen aan politici waarvan je in elk geval mag verwachten dat zij zich goed in het betreffende onderwerp hebben verdiept.
Ook al besef ik maar al te goed dat er ook in ons land genoeg oneerlijke, onbetrouwbare, onwetende politici bestaan (het zijn net mensen) dan nog heb ik genoeg vertrouwen in de werking van onze stabiele democratie. Zo geloof ik er nog steeds heilig in dat de diverse uiteenlopende politieke krachten in ons land elkaar zo in evenwicht houden dat het uiteindelijk altijd leidt tot vrij redelijke en verstandige (en geen extreme) beslissingen.

Een mooie positieve constatering om mee af te sluiten.

De indruk van linkse lijsttrekkers

Nu wel nog even een keus maken voor woensdag. Uiteraard op basis van mijn kennis over en voorkeuren voor de standpunten van de partijen, al is het ook voor mij lastig om daarbij niet stiekem te kijken naar de indruk die de (linkse) lijststrekkers achterlaten.

Lodewijk Asscher (PvdA)? Stabiel, maar saai met weinig uitstraling en dus ook met weinig overtuiging.

Emile Roemer (SP)? Die loopt de hele tijd me zo’n (nep) lach op zijn gezicht rond dat ik vermoed dat zijn spindoctors hem hebben opgedragen dat vooral zo te blijven doen omdat het zo positief (?) overkomt.

Jesse Klaver (GroenLinks) dan, de nieuwe linkse ster?
In het begin vond ik hem nog wel OK maar inmiddels zie ik in hem een mislukte imitatie van een gladde Amerikaanse politicus pur sang. In de wijze waarop hij zich naar de buitenwereld presenteert is werkelijk niets aan het toeval overgelaten.
Over alles bij Jesse Klaver is uitvoerig nagedacht: over zijn witte overhemd met opgestroopte mouwtjes, over zijn van Obama (ja, alsof die het allemaal zelf heeft verzonnen…) gejatte uitspraken en slogans (Het Kan Wel/Yes We Can, met dank aan het filmpje van “Zondag met Lubach”), over zijn overdreven optimistische en ambitieuze uitspraken over het willen worden van premier en het streven naar een kabinet met voor de helft vrouwelijke ministers (ik ben tegen discriminatie en dus ook tegen de “positieve” variant), over zijn groots opgezette verkiezingsshows enz.
Wat nog wel voor Klaver spreekt, is dat hij niet onder stoelen of banken steekt dat hij door Obama en de Verenigde Staten is geïnspireerd en dat hij aangeeft heel bewust voor deze ambitieuze aanpak te hebben gekozen. Wat zijn goed recht is en in feite kun je het hem ook niet kwalijk nemen, want laten we eerlijk zijn: het werkt. Om in de politiek succesvol te zijn, moet je nu eenmaal goed (politieke) spelletjes en toneelstukjes kunnen spelen.
Wat overigens precies de reden is waarom ik nooit in de politiek zou passen want dat kan en wil ik vooral niet.

En hoe zit het met de (gelovige!) Marianne Thieme (PvdD)? Is zij dan wellicht de meest authentieke linkse lijsttrekker?

Ik weet het niet.

Sharon Gesthuizen

Voor mij was overigens Sharon Gesthuizen van de SP de meest integere en idealistische politicus van de afgelopen jaren. Maar dat komt omdat ik haar jaren geleden persoonlijk kort heb gekend in mijn werk en zij een hele positieve en bevlogen indruk maakte. Helaas is zij echter inmiddels gestopt als kamerlid.
Ondanks dat Sharon dit soort speculaties in de media volgens mij ontkent, vraag ik me af of zij wellicht te eerlijk, integer en idealistisch voor de politiek was. Het zou mij niet verbazen…

Tonko

Wil je reageren op deze column? Laat hieronder uw reactie achter. Interesse in andere columns van Tonko? Lees zijn weblog.

Reacties