Het vrouwtje Piggelmee-syndroom [column]

Foto: Wikipedia

Ooit maakte de Russische tennisser Yefgeni Kafelnikov de briljante opmerking dat hij vond dat tennisprofs te weinig geld verdienden. Want golfers verdienen veel meer dan wij, zo  redeneerde hij.

Het beeld dat sommige Russen na de val van het IJzeren Gordijn domme over het paard getilde geldwolven zijn geworden, werd bevestigd door Marat Safin die zijn collega en landgenoot gelijk gaf. Gelukkig werd Kafelnikov flink de oren gewassen door toenmalige wereldtoppers Andre Agassi en Pete Sampras die hem duidelijk maakten dat hij beter zijn mond kon houden.

Fabrieksarbeider in Bangladesh

Kijken we naar het Nederland van nu dan kun je concluderen dat onze topbankiers de Yefgeni Kafelnikovs van het bankwezen zijn die met afgunst en dollartekens in de ogen verlekkerd zitten te kijken naar de golfers: hun collega’s bij de grote internationale banken die hard lachen om de “lage” salarissen en bonussen bij de Nederlandse banken. Ach, het is maar voor welk referentiekader je kiest. Een topbankier zou voor de grap er ook voor kunnen kiezen om zichzelf eens te vergelijken met een arme fabrieksarbeider in Bangladesh die ongeveer dertien uur per dag, zes dagen en tachtig uur in de week en meer dan driehonderd dagen per jaar kleding maakt voor het rijke westen.  Waar hij dan omgerekend ongeveer acht cent per uur, één dollar per dag, 24 euro per maand en driehonderd euro per jaar voor krijgt.

Geluk verwarren met vakmanschap

Als je je daarmee vergelijkt, moet je je wel ontzettend dom voelen om te gaan klagen dat andere topbankiers meer miljoenen verdienen dan jij. Dan lijkt een bonusje van pakweg honderdduizend euro bij een verlieslijdend bedrijf opeens helemaal niet zo gek. Al zal zo’n topbankier daar waarschijnlijk tegenin brengen dat hij het geld letterlijk en figuurlijk hard heeft verdiend. Ten eerste vanwege zijn kwaliteiten en ten tweede omdat hij er keihard voor heeft gewerkt. Alsof alle anderen uit zijn omgeving, laat staan uit de rest van de wereld, deze kwaliteiten niet (kunnen) hebben en/of allemaal minder hard werken dan hij.
Geluk verwarren met vakmanschap is en blijft een veelgemaakte ingeburgerde fout. Wie denkt dat succes geheel voortkomt uit talent, doorzettingsvermogen en hard werken vergist zich en vergeet voor het gemak de allerbelangrijkste factor: geluk. Geluk in de nature (hersens, gezondheid) en nurture (opvoeding, leefomgeving) omstandigheden gecombineerd met het geluk onderweg in het leven (bijvoorbeeld op het goede moment op de goede plaats zijn) zijn in de eerste plaats bepalend voor de kans op succes.
Wie als topbankier oprecht denkt dat hij hetzelfde succes zou hebben bereikt als hij zoon van de fabrieksarbeider in Bangladesh zou zijn geweest, werpe het eerst een steen (of mag het zeggen). Misschien een leuk idee voor een nieuw televisieprogramma: carrièreruil. Laat een topbankier en een fabrieksarbeider een weekje van baan ruilen en film hun ervaringen.

Het vrouwtje Piggelmee-syndroom

Geen mens lijkt het in zijn hoofd te halen om zijn eigen inkomen en vermogen te vergelijken met mensen om hem heen die het minder hebben. Laat staan met mensen die ver-van-mijn-bed wonen en die praktisch niets hebben. Wat hen echter niet minder mens maakt.
Nee, we blijven er allemaal de voorkeur aan geven om daar te kijken waar het gras groener is, want dát willen we bereiken en pas dan kunnen we gelukkig zijn. Ik noemde dat ooit het vrouwtje Piggelmee-syndroom: je bent nooit tevreden, je wilt altijd meer. Reden waarom de grootste strebers zich gemiddeld altijd minder gelukkig voelen dan de meeste anderen: er is altijd wel iemand te vinden die een (nog) groter huis, duurdere auto en mooiere partner heeft dan jij.
Grappig feit is ook dat mensen gelukkiger blijken te zijn als ze zeg 60.000 euro per jaar verdienen en iedereen in hun directe omgeving 40.000 dan als ze 80.000 zouden verdienen en de rest een ton.

Mmm, apart

Ironisch is dat ik me behalve aan het vreselijk egocentrische graaigedrag ook enorm stoor aan alle ophef erover. Graaigedrag bestaat al zo lang als de mens en de banken bestaan, maar alleen in crisistijd vinden we blijkbaar dat er iets aan moet worden gedaan. Dus zo lang als wij het slecht hebben, vinden we dat niemand verder het recht heeft om te graaien. Maar als wij het (ook) goed hebben, lijken onze bezwaren plotsklaps verdwenen te zijn. Mmm, apart. Of komt dat wellicht doordat er in velen van ons Yefgeni Kafelnikovjes schuilen die als ze eenmaal de kans krijgen zullen grijpen wat ze grijpen kunnen? Wie van u zonder gevoelens van hebzucht is, werpe het eerste muntje (en zal het meest gelukkig zijn).

Tonko

 

Wilt u reageren op deze column? Laat hieronder uw reactie achter.

Interesse in andere columns van Tonko Lumn? Lees zijn weblog.

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden